Selecteer een pagina

Eveline Ruitenberg

 

 

 

 

Het is 7 januari. Het spitsuur van: eten koken, aan tafel, eten erin duwen, toetjes verorberen, het met-veel-moeite-de-kinderen-tot-hun-af-en-opruimtaken-bewegen en douchen is achter de rug. Bedtijd.

Onze oudste gaat om 20.15 uur zelf naar bed dus dat is geen probleem. De jongste laat zich zonder enige vorm van protest om 18.00 uur met een zucht van verlichting in bed leggen, pakt zijn knuffel, draait zich om en vertrekt naar Dromenland. Heerlijk.

Maar ergens daar tussenin komt onze middelste. Zoonlief gaat niet graag naar bed en zo onderhand hebben we alle trucs al eens voorbij zien komen. ‘Maar mama, ik heb nog geen drinken gehad en mijn teennagels moeten geknipt’. ‘Mama, ik moet plassen en mijn kamer moet opgeruimd zijn (dat zegt hij anders nooit)’. ‘Mama, mijn kleren moeten nog klaargelegd worden’. Goed, deze zijn doorzichtig en snel te verhelpen door er kort, maar krachtig en doeltreffend op in te gaan. Kortom; soms verzoek inwilligen, meestal consequent weigeren. Ik heb tenslotte een lange werkdag achter de rug. Dat is precies waar meneer op inspeelt. De slimmerik. Mama is moe, mama heeft geen zin in gezeur, mama wil zo snel mogelijk op de bank ploffen met thee en de afstandsbediening. En dan hoopt ze dat hij op stand-by staat zodat ze niet hoeft op te staan. Zelfs die anderhalve meter is dan teveel gevraagd.
Deze keer gaat het naar bed brengen van zoonlief heel voorspoedig. Hij trekt zelf zonder morren zijn pyjama aan, gaat nog even plassen en tandenpoetsen. Weer boven geeft hij mij zijn voorleesboek en nestelen we ons gezellig in zijn bed. Na het verhaal, wat gemopper oplevert, want ik lees altijd te weinig in zijn ogen, gaat hij rustig liggen. Ik ben verbaasd. Weet niet wat ik mee maak. Ik kus hem welterusten en ga opgelucht naar beneden; geen drama’s, geen smoesjes. Niks. Helemaal niks. Hij zal wel moe zijn, denk ik nog. Beneden heeft dochterlief thee gezet, die staat te dampen op het tafeltje naast de bank waar ik zo direct heerlijk op ga ploffen.
Plof, doet de bank, de leuning ontwricht enigszins en ik negeer de stofwolken die eraf komen door mijn misgelopen carrière als interieurverzorgster. Ik durf het bijna niet te geloven. Mijn moment is daar: het grote NIETSdoen. Met de afstandsbediening al in de hand hoor ik een bonk en nog een en nog 26. Helaas. Binnen een minuut staat zoonlief in de kamer mij stralend aan te kijken. ‘Eh, mama…’. ‘Ja?’ ‘Ik wil je nog een gelukkig nieuwjaar wensen!’ Nou vooruit dan. Nog een knuffel en nu naar boven. Zoonlief heeft het voor elkaar: uit zijn bed geweest, slaaptijd kunnen rekken en mama werd niet boos. Yes! Braaf gaat hij weer naar boven.

Ok, poging twee. Ik zak weer neer en pak mijn thee. Mijn favoriete programma waarbij ik helemaal op kan gaan in de ellende van een ander verschijnt. Dat is niet het enige. Wederom is daar zoonlief in de deuropening. Een diepe zucht ontsnapt aan mijn lippen. ‘Wat nu weer?’ Sorry, niet heel pedagogisch, maar ik ben ook maar een mens. Hij loopt naar me toe, geeft me een knuffel. ‘En ook nog een fijne kerst!’

Tja, hoe kun je daar nou boos op worden?

Wil je op de hoogte blijven van alle tips en nieuwe artikelen?